| # | inventaris | item | datum |
|---|---|---|---|
| 2881 | DC.1/117.0.0 | Ongedateerde kwitantie van een legaat van 30.000 gulden vanwege de koopman/bankier Josephus de Coninck (1665-1717) aan de kinderen van wijlen Maria Magdalena de Coninck (1672-1706 - zus van de erflater) en Eduardus Emtinck (ca. 1662-1724 - advocaat van bij de Grote Raad van Mechelen en oud-aalmoezenier van Antwerpen) in navolging van diens testament van 22/02/1715. Deze laatste trad op als testamentair voogd/momboir van zijn vijf minderjarige kinderen, te weten: Albert Joseph Emtinck (+ 1740), Anna Helena Emtinck (+ 1767), Catharina Theresia Emtinck (1704-1764), Isabella Lucretia Emtinck (begijn te Antwerpen) en Maria Magdalena Emtinck. | 15-04-1717 31-12-1717 |
| 2882 | DC.1/118.0.0 | Notariële akte, opgetekend door de Antwerpse notaris Jan Philips Vander Meeren in het bijzijn van de getuigen Arnoldus Valvekens en Carolus van Achteren, aangaande een legaat van 30.000 gulden vanwege de koopman/bankier Josephus de Coninck (1665-1717) aan de kinderen van wijlen Maria Magdalena de Coninck (1672-1706 - zus van de erflater) en Eduardus Emtinck (ca. 1662-1724 - advocaat van bij de Grote Raad van Mechelen en oud-aalmoezenier van Antwerpen) in navolging van diens testament van 22/02/1715, dat werd opgemaakt door de Antwerpse notaris Theodoor Van Merlen. Deze laatste trad op als testamentair voogd/momboir van zijn vijf minderjarige kinderen, te weten: Albert Joseph Emtinck (+ 1740), Anna Helena Emtinck (+ 1767), Catharina Theresia Emtinck (1704-1764), Isabella Lucretia Emtinck (begijn te Antwerpen) en Maria Magdalena Emtinck. Dit legaat diende binnen de zes weken na het overlijden van de erflater uitbetaald te worden door de erfgenamen van Josephus de Coninck (1665-1717), te weten: Egidius (Gillis) de Coninck (1669-ca. 1740), Ludovicus Franciscus de Coninck (1674-1758) en Maria Franchoise de Coninck (1664-1719 - gehuwd met Jacobus Henricus Claessens 1668-1738) en zou over enkele dagen overgeschreven worden door de Antwerpse kassier Jasper (Gaspard) Sallet (+ 1719). | 01-04-1701 01-04-1701 |
| 2883 | DC.1/119.0.0 | Notariële akte, opgetekend door de Antwerpse notaris Theodoor Van Merlen in aanwezigheid van de getuigen Laureys Cornelissen en Theodoor Van Merlen de Jonge, aangaande een legaat van 30.000 gulden vanwege de koopman/bankier Josephus de Coninck (1665-1717) aan de kinderen van wijlen Maria Magdalena de Coninck (1672-1706 - zus van de erflater) en Eduardus Emtinck (ca. 1662-1724 - advocaat van bij de Grote Raad van Mechelen en oud-aalmoezenier van Antwerpen) in navolging van diens testament van 22/02/1715, dat door dezelfde notaris werd geattesteerd. Het legaat van 30.000 gulden diende binnen de zes weken na de dood van de erflater betaald te worden door diens universele erfgenamen met de inkomsten van de verkoop van de nagelaten inboedel. Deze erfgenamen waren allen broers of zussen van de overledene, te weten: Egidius (Gillis) de Coninck (1669-ca. 1740), Ludovicus Franciscus de Coninck (1674-1758) en Maria Franchoise de Coninck (1664-1719 - gehuwd met Jacobus Henricus Claessens 1668-1738). | 24-04-1717 24-04-1717 |
| 2884 | DC.1/120.0.0 | Bodemarijbrief waarin Walter Dormer beloofde de ingeïnvesteerde geldsommen van de Antwerpse koopman/bankier Ludovicus Franciscus de Coninck (1674-1758 - 10.000 gulden) en Egidius (Gillis) de Coninck (1669-ca. 1740 - 6.000 gulden) met de eventuele beoogde intresten (32%) te zullen betalen aan de (staats)bankier/verzekeringsagent James Dormer (1708-1758) te Amsterdam. Het gezamelijke kapitaal werd belegd in de handelsexpeditie van het zeilschip Succia van kapitein Laurent Rottenbourg. Het schip lag momenteel voor anker in de Zweedse haven van Göteborg en zou, van zodra de wind het toeliet, na een tussenstop in het Spaanse Cadix naar het Indische Bengalen vertrekken. | 07-01-1739 16-01-1739 |
| 2885 | DC.1/121.0.0 | Kwitantie van 107 Vlaamse ponden, 18 schellingen en 2 Vlaamse groot die door Egidius (Gillis) de Coninck (1669-ca. 1740) aan diens broer Ludovicus Franciscus de Coninck (1674-1758 - koopman/bankier te Antwerpen) betaald werden, aangaande de bodemrarij belegd in de handelsexpeditie van het koopvaardijschip Succia, dat onder leiding van de kapitein Laurent Rottenbourg van het Zweedse Göteborg, via het Spaanse Cadix, naar het Indische Bengalen zou zeilen. Deze verzekeringspolis berustte bij John Edwards op wiens naam de polis werd afgesloten. | 05-03-1739 05-03-1739 |
| 2886 | DC.1/122.0.0 | Scheiding en deling van de nagelaten kapitaalrenten van de Antwerpse koopman/bankier Josephus de Coninck (1665-1717), opgemaakt door de Antwerpse notaris Theodoor Van Merlen in het bijzijn van de getuigen Laureys Cornelissen en Theodoor Van Merlen de Jonge, ten gunste van diens broers en zus Egidius (Gillis) de Coninck (1669-ca. 1740), Ludovicus Franciscus de Coninck (1674-1758 - koopman/bankier) en Maria Franchoise de Coninck (1664-1719 - gehuwd met Jacobus Henricus Claessens 1668-1738), allemaal kinderen van de Antwerpse koopman/bankier Johan de Coninck (1619-1684) en diens tweede vrouw Helena Chauvin (1641-1698). Eduardus Emtinck (ca. 1662-1724 - advocaat van bij de Grote Raad van Mechelen en oud-aalmoezenier van Antwerpen), de man van wijlen Maria Magdalena de Coninck (1672-1706), werd als testamentair momboir/voogd van diens vijf minderjarige kinderen bedacht met een legaat van 30.000 gulden. Andere erfgenamen waren: Joannes Franciscus de Coninck (° 1655 - priester), Jacobus de Coninck (1661-1724 - koopman/bankier) en Helena Catharina De Jonghe (+ 1745); de dochter van wijlen Anna Maria de Coninck (° 1659) en Justus Anthonius De Jonghe (+ 1714 - lid van de Provinciale Raad van Vlaanderen), die gehuwd was met Leonard Matthias van der Noot (1676-1753). | 02-12-1717 02-12-1717 |
| 2887 | DC.1/123.0.0 | Schepenakte, opgesteld door de Antwerpse schepenen Henricus Vinck (1668-1742) en Ignatius de Villegas en ondertekend door stadssecretaris Gaspar Josephus van Horne (1688-1748), betreffende de scheiding en deling van de roerende en onroerende goederen (renten en vastgoed) afkomstig uit de nalatenschap van wijlen Paulo Michiel Chauvin (+ 1714), die getrouwd was met Isabella de Weerdt (huwelijksakte zie V.5/7.0.0). Het merendeel van deze goederen had de erflater verworven via de familie van zijn moeder, Helena de Labistrate (1604-1647). Op 18/03/1693 liet Paulo Michiel Chauvin (+ 1714) zijn testament opmaken door de Antwerpse notaris Anthoni de Pieters, waarna zijn goederen volgens de loting van 12/04/1715 werden verdeeld onder de volgende erfgenamen: Josephus de Coninck (1665-1717 - koopman/bankier), Egidius de Coninck (°1669 - licentiaat in de rechten), Ludovicus Franciscus de Coninck (1674-1758 - koopman/bankier), Maria Franchoise de Coninck (1664-1719 - gehuwd met Jacobus Henricus Claessens 1668-1738), ), allemaal kinderen van de Antwerpse koopman/bankier Johan de Coninck (1619-1684) en diens tweede vrouw Helena Chauvin (1641-1698). Het erfdeel van wijlen Maria Magdalena de Coninck (1672-1706) ging naar haar man Eduardus Emtinck (ca. 1662-1724 - advocaat van bij de Grote Raad van Mechelen en oud-aalmoezenier van Antwerpen), die optrad als testamentair voogd/momboir van diens vijf minderjarige kinderen. | 17-04-1715 17-04-1715 |
| 2888 | DC.1/124.0.0 | Schepenakte (voorzien van een perkamenten stadszegel met perkamenten staart), opgesteld door de Antwerpse schepenen Peeter Happart en Judocus Egidius Zeghers en ondertekend door stadssecretaris Constantinus De Weerdt (1642-1700), betreffende de scheiding en deling van de roerende en onroerende goederen (renten en vastgoed) van wijlen Helena Chauvin (1641-1698), zoals die bepaald werd door de akte van loting (26/04/1698) van de hand van de Antwerpse notaris Anthoni de Pieters. De universele erfgenamen waren de vijf overlevende kinderen van de erflaatster, die gehuwd was met de Antwerpse koopman/bankier Johan de Coninck (1619-1684), te weten: Josephus de Coninck (1665-1717 - CAVEL A), Maria Franchoise de Coninck (1664-1719 - gehuwd met Jacobus Henricus Claessens (1668-1738) - CAVEL B), Egidius de Coninck (1669-ca. 1740 - CAVEL E), Maria Magdalena de Coninck (1672-1706 - gehuwd met Eduardus Emtinck (ca. 1662-1724) - CAVEL D) en Ludovicus Franciscus de Coninck (1674-1758 - CAVEL C). Andere vernoemde erfgenamen waren: Joannes Franciscus de Coninck (° 1655 - stiefzoon van de erflaatster), Paulo Michiel Chauvin (+ 1714 - broer van de erflaatster) en Justus Anthonius De Jonghe (+ 1714 - man van Helena's stiefdochter Anna Maria de Coninck ° 1659). Verder volgt er ook een ruime opsomming van persoons- en huisnamen. | 23-05-1698 23-05-1698 |
| 2889 | DC.1/125.0.0 | Schepenakte (voorzien van twee papieren stadszegels op de laatste beschreven folio), opgesteld door de Antwerpse schepenen Jacob Anthoni de Witte (1629-1688) en Jan Augustijn De Lannoy en ondertekend door stadssecretaris Andries Van Valckenisse, betreffende de scheiding en deling van de roerende en onroerende goederen (renten en vastgoed) van wijlen Johan de Coninck (1619-1684). In de scheiding en deling waren eveneens goederen opgenomen die afkomstig waren uit de sterfhuizen van Anna de Coninck (+ 1682) en Hans de Coninck (1589-1675), die gehuwd was met Maria De Buckere (+ 1671). De vernoemde erfgenamen waren allemaal kinderen van Johan de Coninck (1619-1684) en diens eerste (Anna Maria Macquereel + 1661) en tweede vrouw (Helena Chauvin (1641-1698), te weten: Joannes Franciscus de Coninck (° 1655), Anna Maria de Coninck (° 1659 - geassisteerd door haar man Justus Anthonius De Jonghe + 1714), die optrad als testamentair momboir), Jacobus de Coninck (1661-1724), Isabella de Coninck (° 1659), Jan Carel de Coninck, Maria Franchoise de Coninck (1664-1719), Josephus de Coninck (1665-1717), Egidius de Coninck (1669-ca. 1740), Ludovicus Franciscus de Coninck (1674-1758) en Maria Magdalena de Coninck (1672-1706). Helena Chauvin (1641-1698) en haar broer Paulo Michiel Chauvin (+ 1714) traden eveneens op als testamentaire momboirs of voogden. Verder volgt er ook een ruime opsomming van persoons- en huisnamen. | 08-03-1698 08-03-1698 |
| 2890 | DC.1/126.0.0 | Schepenakte (voorzien van een papieren stadszegel op de laatste beschreven folio), opgesteld door de Antwerpse schepenen Engelbert Zeger Borrekens (1654-1726) en Norbertus Van Ardenbodegem en ondertekend door stadssecretaris Jacobus Xaverius Goos (1685-1739), betreffende de scheiding en deling van de roerende en onroerende goederen (hoofdzakelijk vastgoed en renten waarvan een groot deel afkomstig was uit de erfenis van Paulo Michiel Chauvin + 1714) van wijlen Josephus de Coninck (1665-1717), zoals die bepaald werd door de akte van loting (14/06/1717). De erflater had eerder (22/02/1715) zijn laatste wilsbeschikking laten attesteren door de Antwerpse notaris Theodoor Van Merlen. De universele erfgenamen waren allen kinderen van de Antwerpse koopman/bankier Johan (Jan) de Coninck (1619-1684) en diens tweede vrouw Helena Chauvin (1641-1698), te weten: Egidius de Coninck (1669-ca. 1740 - broer, CAVEL B), Ludovicus Franciscus de Coninck (1674-1758 - broer, CAVEL C) en Maria Franchoise de Coninck (1664-1719 - zus, geassisteerd door haar man Jacobus Henricus Claessens (1668-1738), die optrad als tetstamentair voogd/momboir, CAVEL A). De overgebleven inboedel werd geschat door Jeronimus Van Schaerenbergh en Gisbert Verhaegen en de beheerders van Josephus' bankrekening waren de Antwerpse bankiers/kassiers Pedro Baut (1650-1736) en Jan Baptist Cogels (1663-1734). (zie ook DC.1/56.0.0 en DC.1/57.0.0) | 16-06-1717 16-06-1717 |