Historische kring Jan Vleminck

Familiearchieven Belgische adel

24140 artikels
# inventaris item datum
2871DC.1/107.0.0Huwelijkscontract, opgesteld door de Antwerpse notaris Ambrosius Sebille, van de echtelieden Cornelis Du Mont (zoon van wijlen Gillis Du Mont + ca. 1669 en Barbara van Wijck + ca. 1680) en Anna Maria de Coninck (° 1659 - dochter van de Antwerpse koopman/bankier Johan de Coninck (1619-1684) en diens eerste vrouw Anna Maria Macquereel + 1661). Voorts waren aanwezig: Barbara van Wijck (+ ca. 1680 - Cornelius' moeder), Gillis Du Mont (Cornelius' broer), Paulus De Vlieger (Cornelius' zwager - licentiaat in de Rechten), Johan de Coninck (1619-1684) en diens tweede vrouw Helena Chauvin (1641-1698), Hans de Coninck (1589-1675 - grootvader van de bruid), Paulo Michiel Chauvin (aalmoezenier te Antwerpen, broer van Helena) en Johan de Chauvin (+ 1679 - vader van Helena en Paulo Michiel). De bruidegom bracht een kapitaal in van 48.000 gulden, terwijl Anna Maria de Coninck een bruidschat meekreeg van 25.000 gulden, die belegd was in verschillende kapitaalrenten, te weten: 24.000 gulden bezet op het huis van postmeester Roelants, 4.000 gulden bezet op het huis Den Rooden Leeuw, 3.000 gulden bezet op het huis Sinte Quinten, 8.000 gulden borg vanwege Norbertus Miertmans en Jacobus Van Breuseghem, 3.000 gulden bezet op het huis Den Gulden Appel van Cornelis Van Kerckhoven en 500 gulden bezet op het huis van Daniel Rijns. Indien de bruidegom zou overlijden had Anna Maria de Coninck recht op 16.000 gulden en indien zij eerst het leven zou laten, zou Cornelis Du Mont bedacht worden met een som van 12.000 gulden. (zie o.a. ook DC.1/16.0.0, DC.1/17.0.0 en DC.1/18.0.0) 27-04-1675
27-04-1675
2872DC.1/108.0.0Huwelijkscontract, opgesteld door de Antwerpse notaris Daniel Guyot ten huize van de bruid gelegen in de Hoogstraat, van de echtelieden Johan de Coninck (1619-1684) en Anna Maria Macquereel (+ 1661 - dochter van wijlen Franchois Macquereel en wijlen Anna Walewijns). Voorts aanwezig waren: Hans de Coninck (1589-1675 - vader van de bruidegom), Maria de Buckere (+ 1671 - moeder van de bruidgom), Franchois Macquereel (broer van de bruid), Jan Baptista Macquereel (broer van de bruid), Jacques Macquereel (oom van de bruid) en Guilleaume De Craeijer (oom van de bruid). De bruidegom bracht een kapitaal in van 20.000 gulden, terwijl de bruid kon beschikken over een totale som 77.825 gulden, die zij van haar ouders had overgeërfd. Indien de bruidegom zou overlijden had Anna Maria Macquereel (+ 1661) recht op 6.000 gulden en indien zij eerst het leven zou laten, zou de overlevende weduwnaar bedacht worden met een som van 4.000 gulden. (zie ook naar het gemeenschappelijke testament DC.1/31.0.0)09-05-1654
09-05-1654
2873DC.1/109.0.0Register met de kopieën van de handelscorrespondentie (1702-1703) van het bedrijf de Concink. 01-01-1702
31-12-1703
2874DC.1/110.0.0Eigendomsoverdracht, goedgekeurd door de Antwerpse schepenen Adolf van Ertborn (1670-1737) en Zeger Bernaerd Elseners en ondertekend door stadssecretaris Alexander Aloïs van Havre (1665-1717), van het huis Onse Lieve Vrouw dat gelegen was tussen de Kerkhofstraat en de Schrijnwerkersstraat. Het was Jan Baptista De Vaddere (zoon van Bernardus De Vaddere en Joanna Lauwers) die de woonst overdroeg aan Nicolaes Hanon en diens vrouw Maria Theresia Hegelle. Jan Baptista had de Onse Lieve Vrouw, tezamen met zijn zussen Margarita, Magdalena, Joanna (geestelijke dochter), Isabelle (geestelijke dochter) en Catharina overgeërfd van van ouders. 08-10-1709
08-10-1709
2875DC.1/111.0.0Notariële akte, opgesteld door de Antwerpse notaris Jacques Herreyns in het bijzijn van de getuigen Jan Carel de Coninck en Jacobus Boeye, betreffende de overdracht van vier jaarlijkse lijfrenten van 400 gulden ten laste van de kasselrij van Kortijk. Deze lijfrenten waren afkomstig uit de nalatenschap van de Antwerpse koopman/bankier Johan de Coninck (1619-1684) en werden door diens tweede vrouw Helena Chauvin (1641-1698) overgedragen aan priester Joannes Franciscus de Coninck (° 1655), Anna Maria de Coninck (° 1659), Isabella de Coninck (° 1659 - geestelijke dochter) en Jacobus de Coninck (1661-1724). 02-03-1685
02-03-1685
2876DC.1/112.0.0Rekenstaat van de rekeningen courant (onder andere van Franciscus Labistrate (1650-1726), Jean Jacques Chauvin, Carolus De Lendick, Leopoldus De Lendick, en Paulus Maes) die beheerd werden door de bank de Coninck voor de periode 1698-1719.01-01-1698
31-12-1719
2877DC.1/113.0.0Nietszeggend stukje papier met geldelijke transacties dat waarschijnlijk gebruikt werd als kladblad of bladwijzer.01-01-1700
31-12-1799
2878DC.1/114.0.0Rekenstaat van de rekeningen courant die beheerd werden door de bank de Coninck voor de periode 1714-1715.01-01-1714
31-01-1715
2879DC.1/115.0.0Kwitantie van een legaat van 30.000 gulden vanwege de koopman/bankier Josephus de Coninck (1665-1717) aan de kinderen van wijlen Maria Magdalena de Coninck (1672-1706 - zus van de erflater) en Eduardus Emtinck (ca. 1662-1724) in navolging van diens testament van 22/02/1715 dat werd opgetkend door de Antwerpse notaris Theodoor Van Merlen. Deze laatste trad op als testamentair voogd/momboir van zijn vijf minderjarige kinderen, te weten: Albert Joseph Emtinck (+ 1740), Anna Helena Emtinck (+ 1767), Catharina Theresia Emtinck (1704-1764), Isabella Lucretia Emtinck (begijn te Antwerpen) en Maria Magdalena Emtinck. Het legaat werd uitbetaald door de erfgenamen van Josephus, te weten: Egidius (Gillis) de Coninck (1669-ca. 1740), Ludovicus Franciscus de Coninck (1674-1758) en Maria Franchoise de Coninck (1664-1719).26-04-1717
26-04-1717
2880DC.1/116.0.0Verzoek, betreffende een legaat van 30.000 gulden vanwege de koopman/bankier Josephus de Coninck (1665-1717) aan de kinderen van wijlen Maria Magdalena de Coninck (1672-1706 - zus van de erflater) en Eduardus Emtinck (ca. 1662-1724), dat ter goedkeuring werd voorgelegd aan het Antwerpse schepencollege. Dit legaat diende binnen de zes weken na het overlijden van de erflater uitbetaald te worden aan Eduardus Emtinck (ca. 1662-1724 - advocaat van bij de Grote Raad van Mechelen en oud-aalmoezenier van Antwerpen), die optrad als testamentair voogd/momboir van diens vijf minderjarige kinderen, te weten: Albert Joseph Emtinck (+ 1740), Anna Helena Emtinck (+ 1767), Catharina Theresia Emtinck (1704-1764), Isabella Lucretia Emtinck (begijn te Antwerpen) en Maria Magdalena Emtinck. Verantwoordelijk voor de uitbetaling van het legaat waren Egidius (Gillis) de Coninck (1669-ca. 1740), Ludovicus Franciscus de Coninck (1674-1758) en Maria Franchoise de Coninck (1664-1719). Eduardus' verzoek werd op 15/04/1717 goedgekeurd door de Antwerpse binnenburgemeester Jan Carel Van Hove en ondertekend door J. A. Van Horenbeeck.15-04-1717
15-04-1717
 

A - Aartselaar Cleydael Stier
AR - Aartselaar
C - Cogels
CS - Calvert Stier
Charters - Aartselaar(CA), Cleydael(CC), Hemiksem(CH), Hoogstraten(CO), Loenhout(CL), Niel(CN), Schelle(CE)
DC - de Coninck
DG - de Gruben, Kramp, van Parijs, Martens, Fourmont, Fourment, van der Aa, Cardon, de Vlieghere, van Eupen, de Neuff, van Delft, Jordaens, van Horenbeeck, Beeckmans, Pouppez de Kettemis, de Turck, della Faille
H - van Havre
HS - van Havre Schoten
M - Melijn
P - Peeters d'Aertselaer
V - de Weerdt Rubens
VE - van Ertborn
VS - van Havre Stier
.