Historische kring Jan Vleminck

Familiearchieven Belgische adel

24140 artikels
# inventaris item datum
2811DC.1/47.0.0Rekenstaat van zogeheten 'quaede' schulden die toekwamen aan de koopman/bankier Johan de Coninck (1619-1684) en diens kinderen.01-01-1600
31-12-1699
2812DC.1/48.0.0Notariële akte waarin priester Johannes Franciscus de Coninck (° 1655) door zijn ouders, de Antwerpse koopman/bankier Johan de Coninck (1619-1684) en Anna Maria Macquereel (+ 1661) beide verblijvend in Schoonhoven (Nederland), werd aangesteld tot testamentair momboir/voogd over zijn jongere zus (Isabella de Coninck - ° 1659) en broer (Jacobus de Coninck - 1661-1724). Deze akte werd opgemaakt door de Gentse notaris Jan De Keghele in aanwezigheid van Augustinus De Berch en Steven Van Cauwenberghe als getuigen.24-06-1682
24-06-1682
2813DC.1/49.0.0Notariële akte waarin bepaald werd dat de niet nader genoemde kinderen uit het tweede huwelijk van de Antwerpse koopman/bankier Johan de Coninck (1619-1684) met Helena Chauvin (1641-1698) mede gerechtigd waren om de openstaande schulden van het sterfhuis van hun vader in te vorderen. De kinderen uit het eerste huwelijk waren: priester Johannes Franciscus de Coninck (° 1655), wijlen Anna Maria de Coninck (° 1657 - gehuwd met Cornelis Du Mont en vervolgens met Justus Anthonius De Jonghe, zetelend in de Provinciale Raad van Vlaanderen), Isabella de Coninck (° 1659) en Jacobus de Coninck (1661-1724). Deze akte werd opgemaakt door de Antwerpse notaris Anthoni De Pieters De Jonghe in aanwezigheid van Joannes Jacobus Van Haveren en Guillielmus Van Lauwen als getuigen.06-02-1698
06-02-1698
2814DC.1/50.0.0Ongedateerde en anonieme verklaring op eed aangaande een testamentaire voogdij of momboirschap.01-01-1600
31-12-1699
2815DC.1/51.0.0Herverdeling van de nalatenschap van de familie de Coninck naar aanleiding van de dood van Isabella Theresia de Coninck (1681-1686), de vijfjarige dochter van de Antwerpse koopman/bankier Johan de Coninck (1619-1684) en diens tweede vrouw Helena Chauvin (1641-1698). Dit familiepatrimonium bedroeg in totaal 36.557 gulden en was een samenstelling van legaten van Hans de Coninck (1589-1675), die gehuwd was met Maria De Buckere (+ 1671 - grootouders), Anna de Coninck (+ 1682 - tante) en Johan de Coninck (1619-1684 - vader). De zes overige kinderen van Johan de Coninck (1619-1684) en Helena Chauvin (1641-1698) ontvingen eenieder een som van 4.452 gulden en 9 stuivers te weten: Jan Carel de Coninck, Ludovicus de Coninck, Maria Franchoise de Coninck, Magdalena de Coninck, Josephus de Coninck en Egidius de Coninck. Zij werden allen vertegenwoordigd door Paulo Michiel Chauvin, de broer van Helena Chauvin (1641-1698). De vier nakomelingen uit het eerste huwelijk van Johan de Coninck (1619-1684) met Anna Maria Macquereel (+ 1661) kregen elk een som van 2.460 gulden en 11.5 stuiver te weten: Joannes Franciscus de Coninck (° 1655), Anna Maria de Coninck (° 1657 - gehuwd met Cornelis Du Mont en vervolgens met Justus Anthonius De Jonghe, zetelend in de Provinciale Raad van Vlaanderen), Isabella de Coninck (° 1659) en Jacobus de Coninck (1661-1724).05-02-1687
05-02-1687
2816DC.1/52.0.0Akte (voorzien van twee papieren zegels) verleden voor de Antwerpse schepenen Anthoni Joseph De Smidt en Nicolaes Joseph van Halmale betreffende de nalatenschap van de Antwerpse koopman/bankier Johan de Coninck (1619-1684). Zo verklaarde de priester Joannes Franciscus de Coninck (° 1655), de zoon van de erflater en diens eerste vrouw Anna Maria Macquereel (+ 1661), een som te hebben ontvangen van 45.000 gulden. Deze akte werd ondertekend door stadssecretaris Maximinus Gerardi.01-07-1682
01-07-1682
2817DC.1/53.0.0Akte (voorzien van twee papieren zegels) verleden voor de Antwerpse schepenen Anthoni Joseph De Smidt en Nicolaes Joseph van Halmale betreffende de nalatenschap van de Antwerpse koopman/bankier Johan de Coninck (1619-1684). Zo verklaarde Isabella de Coninck (° 1659 - geestelijke dochter), geassisteerd door haar broer en testamentair voogd Joannes Franciscus de Coninck (° 1655), een som te hebben ontvangen van 45.000 gulden. Deze akte werd ondertekend door stadssecretaris Maximinus Gerardi. 01-07-1682
01-07-1682
2818DC.1/54.0.0Notariële akte betreffende de huwelijksdote (45.000 gulden) van de Antwerpse koopman/bankier Johan de Coninck (1619-1684) aan zijn dochter Anna Maria de Coninck (° 1657), die eerder dat jaar in het huwelijksbootje stapte met Cornelis Du Mont. Deze akte werd opgemaakt door de Antwerpse notaris Ambrosius Sebille in het bijzijn van de getuigen Hendrick Dassonvil en Jan Suijssers.09-08-1675
09-08-1675
2819DC.1/55.0.0Notariële overeenkomst aangaande de scheiding en deling van de nalatenschap van priester Joannes Franciscus de Coninck (° 1655), oom van de aanwezige erfgenamen te weten: Maria Mechtildis de Coninck, geassisteerd door haar man Paschier Joannes Augustinus van den Cruyce (1679-1758 - heer van Aartselaar en Cleydael, gewezen buitenburgermeester en thans schepen van Antwerpen), Anna Theresia de Coninck, geassisteerd door haar man Albertus Josephus van den Cruyce (kastelein), Isabella de Coninck (begijn te Antwerpen), Joanna Maria de Coninck en François de Coninck (bankier); allemaal kinderen van de gewezen aalmoezenier en bankier Jacobus de Coninck (1661-1724) en diens vrouw Maria Mechtildis Schilders. De legaten stamden in feite uit de erfenis van hun neef Jacobus Josephus Engelgraeve, die vervolgens aan wijlen Joannes Franciscus de Coninck (° 1655) werden nagelaten. Deze laatste liet op zijn beurt bij testament (opgesteld door wijlen notaris Joan Jacomo Haecx op 28/02/1724 te Antwerpen) de legaten na aan twee van zijn nichtjes. Zo ontvingen Anna Theresia de Coninck en Isabella de Coninck respectievelijk kapitaalrenten van 2.500 en 900 gulden (deze laatste ten laste van Henricus Van Troijen) en van 12.000 en 4.200 gulden. Deze schikking werd opgemaakt door de Antwerpse notaris Peeter Gerardi in het bijzijn van de getuigen Peeter Van Merlen en Joan Baptista Gerardi.30-01-1731
30-01-1731
2820DC.1/56.0.0Beschrijving van het grafmonument van wijlen Josephus de Coninck, zoon van de Antwerpse koopman/bankier Johan de Coninck (1619-1684) en diens tweede vrouw Helena Chauvin (1641-1698). De dierbare overledene had een som van 3.200 gulden uitgetrokken voor een grafmonument met als thema een dromende Sint-Jozef, die door de engel Gabriël wordt gewaarschuwd. Onderaan zouden eveneens twee engelen worden afgebeeld die het grafschrift/epitaaf in vergulde letters moesten ondersteunen. Tot slot zou het geheel overvleugeld worden door de Heilige Geest met een vergulde stralenkrans. Het grafmonument diende binnen de 15 maanden voltooid te worden en de overeenkomst werd ondertekend door Egidius de Coninck (broer), Ludovicus Franciscus de Coninck (broer), Michel Vandervoort en Jacobus Henricus Claessens (zwager). 30-04-1717
30-04-1717
 

A - Aartselaar Cleydael Stier
AR - Aartselaar
C - Cogels
CS - Calvert Stier
Charters - Aartselaar(CA), Cleydael(CC), Hemiksem(CH), Hoogstraten(CO), Loenhout(CL), Niel(CN), Schelle(CE)
DC - de Coninck
DG - de Gruben, Kramp, van Parijs, Martens, Fourmont, Fourment, van der Aa, Cardon, de Vlieghere, van Eupen, de Neuff, van Delft, Jordaens, van Horenbeeck, Beeckmans, Pouppez de Kettemis, de Turck, della Faille
H - van Havre
HS - van Havre Schoten
M - Melijn
P - Peeters d'Aertselaer
V - de Weerdt Rubens
VE - van Ertborn
VS - van Havre Stier
.